Het vertrouwen tussen de politie en de bevolking herstellen

Het gebrek aan vertrouwen tussen politie en burgers is in verschillende westerse landen een actueel probleem. In Frankrijk heeft de Commissie voor de rechten van de mens (CNCDH) onlangs hierover verschillende voorstellen gedaan. Laten we eens kijken welke dat zijn.

Vertrouwen, een vraag op de agenda
Bij verschillende gebeurtenissen in zowel de Verenigde Staten als Europa is het politieoptreden in diverse mate in twijfel getrokken.

In de pers zijn commentaren verschenen van burgers die vinden dat zij de politie niet of niet meer vertrouwen, vaak als gevolg van het optreden van de politie. Vooral jonge mannen behoorden tot de klagers. Maar vergis je niet, zij zijn niet de enigen. Terecht of onterecht, in een democratische staat, moeten ze gehoord worden.

De voorstellen van de CNCDH

Het verslag van de CNCDH werd in februari 2021 gepubliceerd na hoorzittingen met politiemensen, gendarmes, leden van verenigingen, academici en advocaten. Het resulteerde in aanbevelingen die interessante stof tot nadenken zouden kunnen bieden. 

Zonder volledig te zijn, en aangevuld met opmerkingen, zijn dit de volgende:

“Het beleid inzake openbare veiligheid heroriënteren door de taken van de politie te herdefiniëren“.

Concreet kan het model van gemeenschapsgerichte politie, waarbij de politie niet alleen kan optreden, deel uitmaken van deze overweging: hoe kan de politie meer probleemoplossend te werk gaan? 

Het regelmatig evalueren van de kwaliteit van de relatie tussen de bevolking en de inwoners”

In dit verband kan worden gewezen op de inspirerende praktijk van de Angelsaksische landen, die erin bestaat de door hen genomen maatregelen te evalueren en ze zo nodig aan te passen.

Herdefiniëring van de voorwaarden voor interventie door de ordediensten”

Het verslag van de CNCDH trekt de methoden van identiteitscontrole, die in Frankrijk soms tot grote spanningen leiden, evenals de bevoegdheid om te verbaliseren, in twijfel. In dit verband denken we aan de interventies in het kader van de ministeriële besluiten “Covid-19” die aanleiding hebben gegeven tot een aantal moeilijkheden en een zekere mate van onbehagen bij de politieagenten.

Herzien van de methoden van ordehandhaving”

Het verslag biedt hier geen inspiratie voor de Belgische politie, die het model van “onderhandeld beheer van de openbare ruimte” hanteert. Toch is het zeker niet overbodig om te kijken naar de praktische toepassing van dit model als idee voor verbetering. Bijvoorbeeld:
– de Duitse politie informeert het personeel vlak voor de afhandeling van een evenement over de concrete verwachtingen van de autoriteiten;

– werken aan het “beroepsethos”, van opleiding tot beroepssocialisatie;

– de Franse politie denkt na over het minder inzetten op preventieve administratieve aanhoudingen.

Opnemen in de basisopleiding van praktijkgerichte lessen: menswetenschappen en sociale wetenschappen, communicatie en de werking van justitie. “

In ons land zijn projecten aan de gang om de praktische aspecten van de basisopleiding en de permanente vorming te versterken, in het bijzonder het aanleren van communicatietechnieken.

Het ontwikkelen en garanderen van permanente vorming“.

Het aanbod aan permanente vorming evolueert, met name op het gebied van de “geweldsbeheersing”, waarvoor aangepaste opleidingsmogelijkheden moeten worden geboden (schietoefeningen en  interventietactieken). Zij staan ook open voor lessen over basiselementen van sociale psychologie en sociologie.

De begeleiding op jonge rekruten versterken. “

“Mentoring” moet worden verbeterd en mentoren moeten een degelijke opleiding krijgen, want het is zeker een hefboom die vanaf het begin van de loopbaan adequate praktijken bevordert.

Zet één platform op voor het melden van inbreuken op ethiek. “

In het door ons bestudeerde verslag van de CNCDH wordt voorgesteld “een klokkenluidersstatus toe te kennen (aan politieagenten), die getuigen over ernstige disfuncties, zonder dat zij verplicht zijn hun verslag eerst aan de hiërarchie door te geven”.

Rust [politieagenten] uit met functionele lichaamscamera’s en zorg voor systematische registratie van interventies.”

Het is bekend dat er in België “bodycam”-projecten zijn opgezet. Niettemin rijst uiteraard de vraag of elk optreden systematisch moet worden geregistreerd ofwel alleen wanneer de politieambtenaar dat nodig acht.

Garandeer de vrijheid van informatie met betrekking tot interventies van politiemensen, met name door hen eraan te herinneren dat zij zich niet kunnen verzetten tegen de opname van hun beeltenis bij de uitvoering van een opdracht“.

Ook in België zou een dergelijke herinnering niet overbodig zijn, aangezien het onderwerp zo omstreden is.

Tot slot kan worden gezegd dat, ook al verschillen de organisatie, de normen en de praktijken sterk tussen Frankrijk en België, dit verslag aanknopingspunten kan bieden om onze geïntegreerde politie te verbeteren.

Met dank aan Secunews.be